Sayfadaki görseller
PDF
ePub
[ocr errors][merged small][ocr errors][ocr errors][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small]

Dit Vijfde Deel bevat:

1385— 1480. Het Utrechtsche Buurspraecboek , dienstbaar gemaakt aan de geschiedenis der bescha

ving, pag. 55-119.

1402—1450. Aanteekeningen uit de besluiten des Raads, genomen gedurende de eerst helft der XV.

eeuw, pag. 177–218. Wegens deze aanteekeningen, zoo als wegens hetgeen nog verder uit het Stedelijk Archief in dit deel gegeven wordt, heb ik jegens Jonkh. M. A. M. C. van Asch van WIJCK hooge verpligting, die mij hierbij weer, op de vriendelijkste wijze, de behulpzame hand heeft geboden.

1507—1568. Gedenkstukken uit de XVI. eeuw, voornamelijk betreffende de Utrechtsche zaken ,

pag. 293-370.

Te weten: 1. Commissie voor Mr. Ja. van Goudt, om zekere opbrengst te ontvangen. 1507, Jan. 10. 2. Tenor pensionis vi millium florenorum, Hermanno Elect. Colon., p. reg. Carolum

assignatae. 1518, Dec. 24. 3. Brief van het Capittel van S. Marie aan Bisschop Fil. van Bourgondie. 1524, Oct. 11. 4. Brief van de Staten van Utrecht aan denzelfden. 1523, Aug. 6. 5. Bisschop Filips aan die van Abcoude. 1523, Aug. 23. 6. Paus Leo X. aan genoemden Bisschop. (?). 7. Brief van Bisschop Filips aan zekere zijne gelastigden. (?) 8. Schrijven van het Hof van Holland aan het Capittel van S. Marie te Utrecht. 1525,

May 22.

9. Getuignissen tegens Dirc, die roode cuper, in cas van heresie. 1525.
10. Collatie der kerk te Alkmaar, door Bisschop Willem van Enckevoirt, ten be-

hoeve van A. Rich. de Bruela. 1530, Nov. 10.
11. Instructie voor Mr. Ger. Mulert en Henr. vande Werve, in dijkzaken naar Noort-

Bevelant. 1531. 12. Compromis aengaende het jus patronatus eener capelrie binnen der kerke van

Overschie. 1533, Jan. 6.

374576

13. Dispositie van Eerst van Ysenderen, heer van Starckenborch. 1533, Mart. 30. 14. Copie d'un pension, accordée au comte d'Oldenbourg. 1537, Jun. 14. 15. Verzoekschrift van Lud. a Veno ctc. , aan Bisschop Georg van Egmont. 1539, Fbr. 23. 16. Keizer Karel V., aan het Hof van Utrecht, aengaende zaken van haeresie. 1545,

Febr. 28. 17. Bevel, om de inquisiteurs etc. in hun officie te assisteren. 1545, Febr. 28. 18. Afcondiging, gedaen te Utrecht , aengaende die met Lutherye besmet syn. 1545,

S. Laur. avond. 19. Schryven van de Koningin Regente aen het Hof van Utrecht. 1546, May 11. 20. Subdelegatie opten inquisiteurs en commissarissen. 1546 (1525), May 16. 21. Roerende het salaris van de inquisiteurs, notarissen en proc. generael. 1546, Sept. 9. 22. Commissie voor Fra. Sonnius etc., als visitateurs der verboden boeken. 1550, Aug. 13. 23. Transportbrief eener huisinghe, ten behoeve van het nieuwe Collegium Wille

brordi te Utrecht. 1551. 24. Overeencomst tusschen de regierders van het Collegium Willebrordi en R. Aeswyn

van Brakel, wegens het opnemen van een Alumnus. 1552, Jul. 3. 25. Dictum scntentiae etc., en revocatie ende abjuratie van H. Marinus Ewerswaert,

vice-pastoor eertyts te Dortrecht. 1553, Jun. 30. 26. Bevel van N. de Castro, om Sonnius, inquisiteur, te assisteren. 1555, Jun. 18, 27. Roerende die visitateurs van die verboden boeken. 1555, Sept. 22 28. Rekeninge van het Katryne susterschap in de S. Pieterskerke binnen Leyden. 1556-71, 29. Extract uit het boek van Mart. Duncanus, van syn opbeuren en uitgeven. 1558 sqq. 30. Brief van Enens Philenius ait Orleans, aan Jor. Nic. van Mauthenesse. 1561, Jul. 24. 31. Brief van die van Alblas aan het Capittel van Sint Marie te Utrecht. 1564, Jul. 30. 32. Missive van de Hartoghinne van Parma aan de V ecclesien binnen Utrecht,

gaende poincten van het Conc. Tridentinum. 1565, Febr. 1. 33. Memorie voor Mr. Pet. Bicker, afgevaerdigt aan den Coning van Polen etc. 1565,

Febr. 22. 34. De Tafelhouders verzoeken en obtineren vryheid, om de kerken te frequenteren.

1565, May 15. 35. Schryven van de Hertoghinne van Parma, aengaende de executie van het Conc.

Tridentinum. 1565, Dec. 18. 56. Antwoord der stad Utrecht op de 19 artikelen, van wege den Hertog van Alva

overgeleverd. (1567). 37. Rekening van het opbeuren en uitgeven van Mr. Simon Willemsz. etc., kerk

meesters van S. Barbara kerk te Culenborch. 1566-67. 38. Conincklyk bevelschrift, om de Religeusen te apprehenderen, die te Utrecht de

cloosters hebben verlaten. 1568, Jun. 25.

aen

39. Maatregel, genomen in overeenkomst met de pastoren der parochie-kerken binnen

Utrecht, ter handhaving van het Roomsch-Katholyke geloof. 1569, Jun. 16. 40. Verzoek van Hi. Varlenius, inquisiteur, aan den gerechte der stadt, wegens ze

kere Gerritge Jans dochter. 1565, Jun. 16. Van deze stukken zijn die onder no. 2, 14, 25, 28, 29, 31, 37 en 38 getrokken uit de papieren, berustende in het Archief der Oud-Roomsch-Katholijken hier ter stede , staande onder het nadere beheer van Zijn Wel Ew. den Heer Pastoor van Werchoven, van wien ik bij voortduring dezelfde minzame behandeling heb ondervonden, welke ik bij de uitgave der vorige deelen van dit Archief zoo hoogelijk heb mogen roemen.

De stukken no. 16, 17, 19, 20, 21, 22, 26, 27 en 35, zijn getrokken uit de Memorialen van het Provinciale Hof, waarover ik , door de vergunning van den Heer President Mr. G. A. Smitu, tot die wetenschappelijk doel, heb kunnen beschikken, en waarbij ik de vriendelijke hulpvaardigheid van den eersten klerk ter Griffie, den Heer A. van Veen, niet met stilzwijgen meen te mogen voorbijgaan. De bescheiden no. 8, 9, 11 en 15 zijn uit het Archief van de Province Utrecht; die onder no. 18, 23, 24, 39 en 40 uit Stedelijke Registers, terwijl de overige dezer documenten uit verzamelingen van privaat-personen zijn ontleend.

1605–1614. Brieven aangaande de zaken van Staat en Kerk , pag. 120— 176.

1. N. van Breyten, past. te Ippenbuhren, aan P. Micauldt van Indef. 1605, Sept. 1.
2. Instructie voor Juliaen Volbier. 1605, Sept. 21.
3. N. van Berck aan G. van Ledenberch, secretaris der Staten van Utrecht. 1606,

Sept. 3.

[ocr errors]

4. Dezelve aan denzelfden. 1606, Sept. 24.
5.

aan de Staten van Utrecht. 1606, Sept. 30.
6. N. N. aan N. N. 1607, May 9.
7. N. Berck aan de Staten van Utrecht. 1603, Mart. 18.
8.

aan Ledenberch. 1608, Apr. 11.
9.

etc. aan de Staten van Utrecht. 1608, Apr. 13.
10.

1608, Aug. 10.
11. D. Vrients aan Chr. Kuygens. 1609, Jan. 23.
12. N. Berck aan de Stalen van Utrecht. 1609, Febr. 14.
13. Commissie voor graaf Joh. van Nassau als rithmeester. 1609, Mart. 7.
14. G. van Ledenberch aan de Staten van Utrecht. 1609, Mart. 30.
15. Jean, Comte de Nassau, à Ledenberch, 1609, Avr. 26.
16. J. de Goyer en V. Both aan Ledenberch. 1609, Jul. 31.
17. A. van Zuylen van Nyevelt aan Ledenberch. 1609, Nov. 2.
18.

1609, Nov. 10.
19. Just. van Rysenburch aan Ledenberch. 1609, Dec. 14.

« ÖncekiDevam »